BIVAS
Binnenvaart analyse systeem
E-mail:
Wachtwoord:
Aangemaakt door op 2009-07-01 17:03:19
Laatst gewijzigd op 2010-02-24 11:09:21

Waterstanden

Wanneer nieuwe waterstanden bekend zijn voor een vaarweg worden de gegevens als seizoenseigenschappen ingelezen. Omdat een andere waterstand de maximale diepgang, waarmee door de vaarweg gevaren kan worden, kan veranderen, wordt ook bepaald wat de maximale diepgang is bij die nieuwe waterstand. En om dezelfde reden wordt ook de maximale hoogte, van een schip dat door de vaarweg komt, bepaald bij de nieuwe waterstand.

Waterstanden

Wanneer er nieuwe waterstanden zijn voor vaarwegen kunnen deze in BIVAS worden ingelezen en worden opgeslagen in een scenario. Dit levert de tabel 'Seasonal arc properties' in een werkscenario op. De seizoenseigenschappen van een vaarweg die worden ingelezen bestaan uit:

  • Vaarweg ID: het unieke identificatie nummer van de vaarweg binnen het BIVAS netwerk
  • Seizoen ID: het unieke identificatie nummer van het seizoen waarvoor de eigenschappen gelden
  • Waterstand: de stand van het water in de vaarweg ten opzichte van NAP
  • Afvoer: de hoeveelheid water die door de vaarweg stroomt
  • Snelheid: de snelheid waarmee het water door de vaarweg stroomt
  • Waterdiepte: de afstand van de bodem van de vaarweg tot het waterniveau

BIVAS kan de gegevens lezen uit een bestand dat de bovenstaande kolommen in een CSV formaat bevat. Elke regel moet daarbij een unieke combinatie van vaarweg ID en seizoen ID bevatten (geen dubbele rijen). Dit ziet er dan uit als:

1702,1,0.10,446.06,0.11,12.94
1702,2,0.58,1035.4,0.22,13.4
1702,3,0.42,1016.05,0.22,13.24
1703,1,0.10,446.06,0.11,12.94
1703,2,0.58,1035.4,0.22,13.4
1703,3,0.42,1016.05,0.22,13.24
.....

>> Voorbeeld bestand waterstanden

Voor elke vaarweg in het BIVAS netwerk en voor elk seizoen dat in het CSV bestand voorkomt wordt een regel aangemaakt in de 'Seasonal arc properties' tabel. Vervolgens worden de gegevens uit het CSV bestand in de juiste rijen ingevuld. Voor de rijen die nu nog niet zijn ingevuld, bijvoorbeeld vaarwegen waarvoor geen nieuwe waterstanden bekend zijn, worden de gegevens gebruikt uit een opgegeven 'basisseizoen'. Op deze manier wordt een compleet gevulde tabel gecreeerd die is terug te zien in het werkscenario.

Bepalen van de maximale diepgang en maximale hoogte

Waterstanden.jpg

Wanneer de waterstand verandert in een vaarweg, verandert ook de diepgang die een schip kan hebben wanneer het door de vaarweg vaart. Met meer water kan een schip tenslotte dieper liggen zonder de bodem te raken, dan wanneer een vaarweg minder goed gevuld is. Ook de hoogte die een schip mag hebben verandert als de waterstand verandert. Met meer water komt een schip hoger te liggen en is de ruimte tussen het waterniveau en bijvoorbeeld een brug kleiner.

Maximale diepgang

Om de maximale diepgang (diepgang1) te bepalen bij de nieuwe waterstand (waterstand1) wordt onderstaande berekening uitgevoerd.

Er zijn twee situaties te onderscheiden:

  • Er zijn een oude waterstand en diepgang bekend (waterstand0, diepgang0).

    De oude waterstand en diepgang kunnen als referentiekader worden gebruikt. Zoveel als de waterstand toeneemt, neemt ook de maximale diepgang toe.

    De maximale diepgang wordt dan berekend als:

    diepgang1 = diepgang0 + (waterstand1 - waterstand0)

  • Er is geen oude diepgang of waterstand bekend.

    Doordat er geen waterstand of diepgang bekend is, is er ook geen referentiekader om de nieuwe diepgang op te baseren. In de nieuwe gegevens is wel een waterdiepte gegeven. Dit is in principe de absolute maximale diepgang die een schip kan hebben. Daar wordt vervolgens een speling in meegenomen om de maximale diepgang voor de vaarweg te bepalen.

    De maximale diepgang wordt dan berekend als:

    diepgang1 = waterdiepte1 * (1 - speling)

Maximale hoogte

Er zijn twee 'typen' maximale hoogte: hoogte gesloten en hoogte open (denk hierbij aan een open en gesloten brug). De berekening van de maximale waardes voor deze twee typen is hetzelfde, vandaar dat bij de uitleg hieronder alleen gesproken wordt over 'de' maximale hoogte.

Om de maximale hoogte (hoogte1) te bepalen bij de nieuwe waterstand (waterstand1) wordt onderstaande berekening uitgevoerd.

Er zijn drie situaties te onderscheiden:

  • Er is in de oude situatie geen hoogte beperking (hoogte0 = 0), of er zijn geen oude waterstand en diepgang bekend.

    Als er geen beperking was in de hoogte, dan zal er ook geen beperking zijn in de hoogte. En als er geen oude waterstand en diepgang bekend zijn, kunnen die ook niet als referentiekader worden gebruikt.

    De maximale hoogte wordt dan berekend als:

    hoogte1 = 0

  • Er is een oude diepgang bekend (diepgang0).

    De oude diepgang kan als referentiekader worden gebruikt samen met de hiervoor berekende nieuwe diepgang (diepgang1). Het totaal van maximale diepgang plus maximale hoogte blijft gelijk, waardoor geldt dat de nieuwe maximale hoogte gelijk is aan wat overblijft van dat totaal bij de nieuwe maximale diepgang.

    De maximale hoogte wordt dan berekend als:

    hoogte1 = (diepgang0 + hoogte0) - diepgang1

  • Er is een oude waterstand bekend (waterstand0).

    De oude en nieuwe waterstand ((waterstand0, waterstand1) kunnen als referentiekader worden gebruikt. Zoveel als de waterstand afneemt, neemt de maximale hoogte toe.

    De maximale hoogte wordt dan berekend als:

    hoogte1 = hoogte0 - (waterstand1 - waterstand0)

Berichten

diepgang altijd baseren op de nieuwe data
Aangemaakt door op 2010-03-11 09:25:27
Voor de maximale diepgang staan er in het artikel twee situaties genoemd. Het lijkt me beter om er van uit te gaan dat de gegevens die worden geïmporteerd volledig juist zijn. De maximale diepgang moet dus altijd via de volgende formule worden bepaald.
diepgang1 = waterdiepte1 * (1 - speling)
Alleen voor de hoogtebeperking moet er referentie worden gezocht in de bestaande gegevens.