Inleiding
Een schip is een bepaalde tijd kwijt om een sluis door te komen. Die tijd is afhankelijk van de capaciteit van de sluis en de intensiteit bij de sluis. Het KOOMAN model (de Excel-sheet die binnen DVS wordt gebruikt) is een voorbeeld van hoe deze factoren kunnen worden omgezet naar een gemiddelde wachttijd. Hieronder zal worden uitgelegd hoe dat KOOMAN model is gebruikt om een wachttijdmodule binnen BIVAS te creeren.
Berekening van tijd en capaciteit
De overligtijd en wachttijd wordt uitgerekend bij een gegeven verhouding tussen de intensiteit bij de sluis en de capaciteit, I/C. Die berekening wordt hier uitgelegd.
Daarnaast wordt de capaciteit van de sluis berekend voor schepen van een bepaalde laadklasse. Dat houdt in dat wordt berekend hoeveel schepen, met een gegeven afmeting en gemiddeld laadvermogen T, er kunnen worden bediend door de sluis. Die berekening wordt hier uitgelegd.
Resultaat
Uiteindelijk willen we de overlig- en wachttijd weten bij een gegeven intensiteit Isluis bij de sluis en voor een gegeven gemiddeld laadvermogen Tsluis. De intensiteit en het gemiddelde laadvermogen kunnen namelijk worden bepaald aan de hand van de toedeling die door BIVAS is uitgevoerd.
De berekeningsstappen zijn:
- De capaciteit, C (= Mt/Y), wordt berekend voor tien vooraf vastgestelde laadklassen.
Klasse Gemiddeld laadvermogen Lengte Breedte Diepte 0 125 25 4.6 1.6 1 150 28 5 1.8 2 350 39 5.1 2.4 3 550 50 6.6 2.5 4 750 60 7.2 2.6 5 950 67 8.2 2.6 6 1150 80 8.2 2.6 7 1550 85 9.5 2.8 8 2250 95 11.4 3 9 5400 180 11.4 3.9 10 10800 188 22.8 3.9 - Tussen de berekende capaciteiten uit stap 1 wordt geinterpoleerd voor het gemiddeld laadvermogen bij de sluis Tsluis. Dit geeft de capaciteit van de sluis, Csluis of Mt/Ysluis.
- De overlig- en wachttijden worden berekend aan de hand van de verhouding Isluis/Csluis.

