Objecten
Links in de "Explorer" is er een knoop "Tests and calibration". Deze knoop bevat een lijst met "Fleet statistics", een lijst met functies en een lijst met "Transient test results".
In de "Fleet statistics" kunnen gegevens worden opgeslagen betreffende passages langs vier geselecteerde sluizen: Sluis Eefde, Prinses Beatrix sluizen, Volkerak sluizen, St. Andries sluis. "Fleet statistics" kunnen betrekking hebben op een vlootmutatie scenario of op een BIVAS scenario. De statistieken die worden opgeslagen zijn:
- "Fleet mutation ID": als het om een vlootmutatie scenario gaat het ID van de vlootmutatie, als het om een BIVAS scenario gaat 0
- "Original scenario ID": als het om een vlootmutatie scenario gaat het ID van het BIVAS scenario waarop het is gebaseerd, als het om een BIVAS scenario gaat het ID van dat scenario
- Per sluis een lijst met passage statistieken:
- "Arc ID": het vaarweg ID van de sluis
- :Arc name": de naam van de sluis
- "Statistics": een lijst met per scheepstype en ladingtype het aantal passages langs de sluis, de benchmark voor dat aantal, en de kwadratische afwijking van het aantal passages ten opzichte van de benchmark
- "Sum of squared errors": som van de kwadratische afwijkingen in de lijst met "Statistics"
- "Visualisation": een staafdiagram voor de beladen en een staafdiagram voor de lege reizen met per scheepstype het aantal passages langs de sluis en de benchmark.
- "Sum of squared errors": de sommen van kwadratische afwijkingen voor de vier sluizen optgeteld
De functies die voor een calibratie kunnen worden gebruikt worden hieronder beschreven.
De lijst met "Transient test results" wordt gebruikt om handmatig test resultaten in te kopieren. Vervolgens kan met de functie "RenderTestResultsToHTML" tekst worden gegenereerd die een HTML tabel geeft van de resultaten.
Tip: met behulp van de "Console" kan de functie "RenderTestResultsToHTML" makkelijke worden aangeroepen. Begin met het tikken van de functie naam en selecteer de functie door "Ctrl" + "Spatie" in te drukken.
Functies
Voor een vlootmutatie calibratie worden vlootmutatie scenario's opgesteld en doorgerekend. Deze vlootmutaties worden vervolgens met elkaar en met een opgeslagen scenario vergeleken om zo te bepalen wat de beste mutatie is. Hiervoor zijn de volgende functies binnen BIVAS te gebruiken:
- "Calculate selected mutation scenario fleet statistics"
Deze functie berekend de vloot statistieken voor vlootmutatie scenario's. De functie vraagt om een begin ID en eind ID van de vlootmutatie scenario's waarvoor de statistieken moeten worden berekend. De functie vraagt ook om het scenario ID van het opgeslagen BIVAS scenario waarop de vlootmutaties zijn gebaseerd.
Met het uitvoeren van de functie wordt per vlootmutatie scenario een "Fleet statistics" object gecreeerd en toegevoegd aan de lijst "Fleet statistics" binnen de knoop "Tests and calibration". Vervolgens wordt het aantal passages langs de vier sluizen berekend per scheepstype en per ladingtype. Deze tellingen worden opgeslagen in het "Statistics" veld van de verschillende velden voor de sluizen binnen het "Fleet statistics" object.
- "Calculate stored scenario fleet statistics"
Deze functie berekend de vloot statistieken voor een opgeslagen BIVAS scenario. De functie vraagt om een opgeslagen scenario ID.
Met het uitvoeren van de functie wordt een "Fleet statistics" object gecreeerd en toegevoegd aan de lijst "Fleet statistics" binnen de knoop "Tests and calibration". Vervolgens wordt het aantal passages langs de vier sluizen berekend per scheepstype en per ladingtype. Deze tellingen worden opgeslagen in het "Statistics" veld van de verschillende velden voor de sluizen binnen het "Fleet statistics" object.
- "Validate selected mutation scenario fleet statstics"
Deze functie berekend de verschillen tussen de vloot statistieken voor vlootmutatie scenario's en een benchmark. De functie vraagt om een begin index en eind index van de "Fleet statistics" objecten van de vlootmutatie scenario's die moeten worden vergeleken. De functie vraagt ook om een "Fleet statistics" object dat de benchmark bevat (bijvoorbeeld de vloot statistieken voor een opgeslagen scenario).
Met het uitvoeren van de functie wordt per vlootmutatie scenario het verschil met de benchmark bepaald en opgeslagen in het bijbehorende "Fleet statistics" object. Voor de vier sluizen worden in het "Statistics" veld voor elk scheepstype en ladingtype de waarde van de benchmark opgeslagen en het verschil met de eigen telling gekwadrateerd en opgeslagen. Daarna wordt voor de sluizen de som van de gekwadrateerde verschillen opgeslagen. En uiteindelijk worden die sommen opgeteld en in het "Fleet statistics" object voor het vlootmutatie scenario opgeslagen. Als laatste worden er per sluis staafdiagrammen gemaakt waarin de tellingen voor de vlootmutatie en voor de benchmark worden getoond. Dit wordt per ladingtype gedaan en opgeslagen bij de statistieken van de sluis.
