Door in het scenario overzicht twee scenario's te selecteren en de knop "Compare selected scenarios input" in te drukken, wordt een nieuw tabblad geopend met een vergelijking van de twee scenario's. Het geopende paneel heeft een aantal tabbladen met tabellen en een visualisatie.
Visualisatie
In de visualisatie wordt het netwerk gevisualiseerd in twee kaartlagen. In de eerste kaartlaag 'Waterways for first scenario' wordt een vaarweg in het groen getoond als het in allebei de scenario's voorkomt, en in het rood als de vaarweg wel in het eerste maar niet in het tweede scenario voorkomt. In de tweede kaartlaag 'Waterways for second scenario' wordt een vaarweg ook in het groen getoond als het in allebei de scenario's voorkomt, en in het rood als de vaarweg wel in het tweede maar niet in het eerste scenario voorkomt.
Tabellen
Voor het netwerk en de karakteristieken wordt een vergelijking gemaakt van welke in beide scenario's voorkomen en hoe de data daarvan ten opzichte van elkaar verschilt. Daarnaast wordt ook getoond welke eigenschappen in het eerste scenario voorkomen en in het tweede niet en vice versa. Het vergelijken wordt gedaan op basis van ID's.
De eigenschappen die worden vergeleken zijn:
- Nodes: de knopen in het netwerk (zijn er knopen die op een andere plek liggen, of niet voorkomen, ...)
- Arcs: de knopen in het netwerk (zijn er vaarwegen die breder zijn of langer, zijn er vaarwegen die zijn afgesloten, ...)
- Bridges: de bruggen in het netwerk (zijn er verschillen in vaarwegen die als brug worden aangemerkt, ...)
- Locks: de sluizen in het netwerk (zijn sluizen langer open, moet er langer gewacht worden bij sluizen, ...)
- Dams: de stuwen in het netwerk (gaan stuwen bij een andere waterstand open en dicht, ...)
- Seasonal arc properties: de seizoenseigenschappen van de vaarwegen (is er een hogere waterstand in een seizoen, stroom het water harder, ...)
- Seasons: de seizoenen (zijn er andere seizoenen)
- Ship types: de scheepstypen (worden er andere scheepstypen gebruikt)
- Ship speeds: scheepssnelheden (kan een schip harder varen)
- Origin trip end points: herkomsten (zijn er andere herkomsten)
- Destination trip end points: herkomsten (zijn er andere bestemmingen)
- Appearance types: verschijningsvormen (wordt naar andere verschijningsvormen gekeken)
- CEMT types: CEMT klasses (worden andere klasses meegenomen)
- Dangerous goods levels: classificering van gevaarlijke goederen (worden dezelfde gevaarlijke goederen bekeken)
- Load types: laadtypen (is er een verschil in het kijken naar beladen en lege reizen)
- NSTR types: NSTR goederengroepen (worden er andere goederengroepen meegenomen)
Wanneer een tabel leeg is betekent dat dat er geen verschillen zijn tussen de scenario's. Als een eigenschap in het ene scenario wel voorkomt en in het andere niet of als de eigenschappen verschillen, dan zijn er twee rijen voor die eigenschap. Een rij voor elk scenario met het scenario ID en de eigenschap behorend bij dat scenario.
Ter illustratie een tabel na het vergelijken van de scheepstype in twee scenario's:
De scheepstypen M1, M2, M3 en M4 komen in scenario 1 en 11 voor, de andere scheepstypen alleen in scenario 1.
