BIVAS
Binnenvaart analyse systeem
E-mail:
Wachtwoord:
Aangemaakt door op 2008-01-07 16:57:09
Laatst gewijzigd op 2008-01-07 17:22:05

Gedetailleerde beschrijving

Uitgangspunten

Het model is geschikt om verschillende groeiprognoses door te rekenen en met elkaar te vergelijken. In het model is Nederland opgedeeld in 195 herkomsten en bestemmingen die als voedingspunt gelden voor reizen. Voor het buitenland zijn 12 knopen opgenomen. Voor herkomst-bestemmingsrelaties kan extra goederentransport worden toegevoegd. In het model worden 52 goederengroepen onderscheiden die gebaseerd zijn op de NSTR (2-digit) indeling. Er kan in het model worden gewerkt met verschillende perioden in een jaar. Het netwerk is geleverd door AVV en gewijzigd/gecontroleerd door TNO.

Alternatief scenario als prognosejaar

In het model is een groeifactorenmodule opgenomen, waarin de berekende reizen aan de waargenomen reizen gerelateerd worden. In deze module wordt een vergelijking gemaakt tussen het aantal ingeschatte reizen dat het model berekende voor het basisjaar en voor het prognosejaar. Deze verandering wordt vervolgens gerelateerd aan het aantal waargenomen van het basisjaar. Deze procedure vindt plaats volgens dezelfde methode die in SMILE+ voor het berekenen van groeifactoren gebruikt wordt.

Aanpassingen en prognoses per goederengroep en verschijningsvorm

In een scenario kunnen aanpassingen worden doorgevoerd bijvoorbeeld de goederen per verschijningsvorm (natte bulk, droge bulk of als container), deze zijn verbonden aan NSTR2. Verder kan per herkomst-bestemmingsrelatie de containervaart worden aangepast, dit is een aparte goederengroep. Een groeifactor kan per herkomst-bestemmings-goederengroeprelatie worden opgegeven. Bijvoorbeeld als in het basisjaar er 50.000 ton zand en grind (NSTR61) tussen Maasbracht en Groningen wordt waargenomen en we weten dat dit in 2025 met 100% zal groeien (groeifactor 2), dan zal in de matrix met groeifactoren deze cel op 2 gezet moeten, met als uitkomst dat in 2025 er 100.000 zand en grind tussen Maasbracht en Groningen wordt vervoerd.

Groei lege reizen

De lege reizen in het prognosejaar worden na de prognoses van de beladen reizen bepaald. De groei van de lege reizen vanuit een bepaalde regio van herkomst wordt bepaald aan de hand van de groei van de beladen reizen die deze regio als bestemming hebben (hierbij wordt rekening gehouden met de scheepsklasse, de groei van de aankomst per scheepsklasse is bepalende voor de het vertrek van de groei van leegvaart per scheepsklasse). Dit is nu recht evenredig gemodelleerd, immers de groei van de lege reizen is gelijk gesteld aan de groei van de beladen reizen. Er zou een efficiencyslag kunnen worden ingebouwd waarmee de groei van de leegvaart lager is waardoor de verhouding leegvaart in de toekomst lager wordt.

Routes per scheepstype

In het model wordt een keuze tussen routes en scheepsklassen gemaakt afhankelijk van de kosten van transport. In de toedeling is gedetailleerde informatie berekend over vaar- en wachttijden op herkomst-bestemmingsrelaties voor verschillende routes, die hiervoor gebruikt kunnen worden. Er is gebruik gemaakt van de vastgestelde scheepsklasse indeling van AVV met 3 scheepstypen (motorvracht-schepen, tankschepen en containerschepen) en 27 scheepsklassen (9 klassen met een enkele romp, 11 duwvaart-klassen en 7 koppelverband-klassen).

Subjectieve reistijd

De kosten voor transport worden berekend op basis van de zogenaamde subjectieve reistijd. Dit is de algemene reistijd zoals die door het model is berekend waar een variatie op wordt toegepast.

Vaarweg (type 20)Snelheid=min(maximum snelheid vaarweg, snelheid van het schip)
Reistijd=afstand / snelheid + vertraging
Kunstwerk (type 1 t/m 19) met hoogte gesloten niet beperkendReistijd=passeertijd + vertraging
Kunstwerk (type 1 t/m 19) met hoogte gesloten beperkendReistijd=servicetijd + vertraging
Subjectieve reistijd=variatie x reistijd

Vaarwegrestricties

Bij de keuze van routes wordt rekening gehouden met de maximale toegestane afmetingen van schepen in breedte, lengte en doorvaarthoogtes, de dimensies van het schip (lengte, breedte en diepgang) zijn bepalend voor de passage van het netwerk. Als de vaarweg te klein gedimensioneerd is zal een andere vaarweg gekozen moeten worden. Containerschepen met een beperkt aantal lagen containers, waarbij een kleinere doorvaarthoogte resulteert, kan als apart scheepstype in het model worden meegenomen.

Snelheden, vertragingen en bedienings-/passeertijden

Bij de afwikkeling van schepen op het binnenvaartnetwerk wordt rekening gehouden met verschillende snelheden voor lege en beladen schepen en maximaal toegestane snelheden. Er is in het model geen inhaalgedrag op vaarwegen opgenomen. Bij bruggen en sluizen zijn gemiddelde bedieningstijden opgenomen. Als laatste wordt er rekening gehouden met “vertraging”. Dit is een extern instelbaar getal in seconden dat bovenop de normale reistijd komt voor elke reis.