Beheer

Inlezen van de reizen

Chris Kettenis 2021-01-31 15:32:59
Bij het inlezen van de reizen voor de berekening van een scenario worden de reizen ingelezen die relevant zijn voor een scenario. Vervolgens worden de reizen aangepast met mogelijke factoren als gevolg van een reizenkalibratie, groeifactoren en eventuele vloot mutaties. Als laatste wordt de werkelijke diepgang van elke reis geverifieerd en eventueel opnieuw bepaald, hierbij wordt de hoogte van een reis meeveranderd met de diepgang.

Het inlezen van de reizen waarvoor een route moet worden gevonden gebeurt in de volgende stappen.

Het inlezen van de originele reizen gefilterd voor het scenario

Gegeven het geselecteerde datuminterval in de parameters voor het scenario, en de herkomsten, bestemmingen, scheepstypes, kegelvoeringen, ladingtypes, goederengroepen, verschijningsvormen en seizoenen in het scenario, worden de reizen ingelezen. Dit gebeurt volgens het inner join principe zodat alleen die reizen meegenomen worden waarvan alle eigenschappen ook in het scenario zijn opgenomen.

Het aanpassen van de reizen naar de geselecteerde reizenkalibratie

BIVAS ondersteunt de toepassing van een reizenkalibratie. Dit is een lijst waarvoor per reis een correctiefactor gegeven is die op de reis moet worden toegepast. De lijst met correctiefactoren dient buiten BIVAS gemaakt te worden en kan worden ingelezen. Via de scenario parameters kan de reizenkalibratie aan een scenario worden gekoppeld. In deze stap van het inlezen van de reizen, wordt de kolom "aantal reizen" met de gegeven factoren vermenigvuldigd.

Het toepassen van de geselecteerde groeifactoren op de reizen

Beladen reizen

Per herkomst, bestemming, goederengroep en verschijningsvorm kunnen groeifactoren worden opgegeven. Dit om groei of krimp op te geven voor bijvoorbeeld toekomstscenario's. De lijst met groeifactoren kan worden ingelezen en worden gekoppeld aan een scenario via de scenario parameters. Per beladen reis wordt bepaald welke factor moet worden toegepast op het aantal reizen op basis van de herkomst, bestemming, goederengroep en verschijningsvorm. Als er geen factor is opgegeven dan geldt de factor "1". Deze factor verhoogt of verlaagt het aantal reizen.

Lege reizen

Na het toepassen van de groeifactoren op de beladen reizen, kan per bestemming worden bepaald wat de gemiddelde groei was per scheepstype. Dit is de factor waarmee de reizen van één scheepstype naar deze bestemming zijn gegroeid. BIVAS gaat er vanuit dat dan de lege reizen vanaf deze bestemming ook met deze factor moeten toenemen. Deze factor wordt dan ook op de lege reizen toegepast.

Het muteren van de vloot volgens het geselecteerde vlootmutatiescenario

De volgende stap in het inlezen van de reizen is het muteren van de vloot volgens een opgesteld vlootmutatiescenario. Een dergelijk scenario kan binnen BIVAS worden opgesteld en via de scenario parameters worden gekoppeld aan een door te rekenen scenario. De vlootmutatiematrix geeft per reis aan of het scheepstype, de beladingsgraad en / of het aantal reizen wordt aangepast. Hiermee kunnen toekomstige mutaties in de binnenvaartvloot en efficiëntie-veranderingen worden gemodelleerd. In deze stap wordt per reis gekeken of een ander scheepstype gekozen moet worden, waarbij de belading, het laadvermogen en het aantal reizen vervolgens ook wordt aangepast.

Diepgang controleren en aanpassen

Per reis is in het originele reizenbestand een diepgang gegeven. Deze diepgang bevat soms erg hoge (100 meter diep) of juist erg lage (1 cm) waarden, welke zeer waarschijnlijk onjuist zijn. Daarnaast kan het zo zijn dat het scheepstype en de belading wordt aangepast in het toepassen van de vlootmutatie, wat effect heeft op de diepgang. Om deze twee redenen wordt na het inlezen van de reizen voor het scenario, de diepgang van elke beladen reis nog eens gecontroleerd en eventueel aangepast. Deze aanpassing gebeurt als aan één van de onderstaande voorwaarden voldaan is:

  • de diepgang is kleiner dan de gegeven minimum diepgang in de scenario parameters,
  • de diepgang is groter dan de gegeven maximum diepgang in de scenario parameters,
  • het scheepstype is aangepast tijdens de vlootmutatie of
  • de belading is aangepast tijdens de vlootmutatie

Als de diepgang buiten het toegestane diepgangsinterval ligt, dan worden:

  • Beladen reizen aangepast door de gemiddelde diepgang van het scheepstype te nemen en deze aan te passen als de reis lichter of juist zwaarder beladen is dan gemiddeld. De berekening van de diepgang bij een andere belading gebeurt met de factor tons per centimeter immersion. Deze wordt per schip berekend uit de lengte, breedte en waterlijn coëfficiënt.
  • Ledige reizen aangepast door een vaste diepgang te nemen, die per scheepstype is gedefinieerd.

Bij een aanpassing van de diepgang wordt de hoogte van de reis omgekeerd evenredig aangepast.

Als er een vlootmutatiescenario's wordt toegepast waarbij vervoerde lading en/of scheepstype veranderend, dan worden:

  • Beladen reizen aangepast volgens het schema:
    1. Alleen lading aanpassing: Oude diepgang + correctie gebaseerd op tons per centimeter immersion
    2. Scheepstype aanpassing: Gemiddelde diepgang nieuw scheepstype + correctie gebaseerd op tons per centimeter immersion
  • Ledige reizen aangepast door een vaste diepgang te nemen, die per scheepstype is gedefinieerd.