Beheer

Kans op mutatie

Daan van Dongen 2018-07-26 13:26:39
De kans dat een reis met een bepaald scheepstype in het studiejaar wordt uitgevoerd door een ander scheepstype hangt af van de autonome vervanging en de mogelijke kostenvoordelen.

Autonome vervanging

Met of zonder mogelijke kostenvoordelen worden jaarlijks nieuwe schepen gebouwd en vervangen deze oudere schepen op bepaalde relaties. Deze autonome vervanging is binnen de BIVAS vlootmutatie gemodelleerd via een constante vervangingskans per jaar: Base mutation percentage. Indien een schip gemiddeld 40 jaar mee zou gaan, dan zou om wille van veroudering ongeveer 2.5% van de vloot elk jaar vervangen worden.

Kostenvoordeel

Inden lading significant goedkoper kan worden uitgevoerd met een ander type schip, dan bestaat er een sterke stimulans om een ander schip daarvoor in te zetten. Op de korte termijn kan dit door verladers en schippers / rederijen worden opgelost door wat te schuiven met de beschikbare vloot, maar op de lange termijn zal dit een sturende kracht zijn op de type schepen die gebouwd en gekocht gaan worden. Indien de mogelijke kostenvoordelen groot genoeg zijn, dan zal er sneller worden overgegaan op vervanging van het schip. Dit is in de BIVAS vlootmutatie gemodelleerd door de kans op vervanging in een jaar uit te drukken als de maximaal te behalen kostenvoordeel (te bepalen uit de scheepskostenmatrix) aangepast met een prijselasticiteit. Deze elasticiteiten zijn afkomstig uit Ecorys - 2005 - "Effecten gebruiksvergoeding in het goederenvervoer" en zijn gegeven in onderstaande tabel
NationaalInternationaal
Overig (onbekend of leeg)-0.67-0.73
Natte bulk-0.6-0.7
Droge bulk-0.4-0.6
Container-1-0.9
Bij een nationale reis (herkomst en bestemming binnen Nederland) met containers waarop een kostenverschil van 8% te behalen is door een anders schip te kiezen volgt een kans van -0.08 x -0.9 = 0.072 = 7.2% per jaar, dat de reis uit kostenoogpunt met een ander scheepstype wordt uitgevoerd.

Formule

Voor een toekomstjaar t jaar na het basisjaar (bijvoorbeeld t=22, bij toekomstjaar 2030 en basisjaar 2008) geldt per reis de volgende formule dat een ander schip de reis gaat uitvoeren.
H = herkomst regio
B = bestemming regio
Int = interationaal (herkomst of bestemming buiten Nederland)
ST = scheepstype (M0, M1, .., Bx, .. Cx)
VV = verschijningsvorm (container, natte bulk, droge bulk, overig)
t = studiejaar - basisjaar

Mutatie op basis van kostenH, B, ST, VV, Int =
Maximaal relatief kostenverschilH, B, ST, VV
x PrijselasticiteitVV, Int

Kans op mutatie per jaarH, B, ST, VV, Int =
Basismutatie
+ Mutatie op basis van kostenH, B, ST, VV, Int

Kans op mutatiet, H, B, ST, VV, Int =
1 - (1 - Kans op mutatie per jaarH, B, ST, VV, Int)t

Met een basisjaar 2008, toekomstjaar 2030 (t=22), een autonome mutatie van 2.5% en een nationale reis met containers waar 8% kostenbesparing te realiseren is geldt dan:

Kans op mutatie = 1 - (1 - (0.025 + (-0.08 x -0.9))22) = 0.89 = 89%