Beheer

Vlootmutatiekalibratie

Chris Kettenis 2021-02-01 20:38:19
De vlootmutatie kan worden gekalibreerd op gewenste waarden bij telpunten. Daarbij worden de kostenfactoren per goederengroep en scheepstype iteratief aangepast zodat de fout tussen tellingen en BIVAS intensiteiten wordt verkleind.

Kostengevoeligheid

Een belangrijke aanname van de vlootmutatie is dat de kosten per reis primair de oorzaak zijn voor veranderingen in de vloot. Daarnaast nemen we aan dat we de kosten zo goed mogelijk hebben kunnen vaststellen. Uiteraard blijft er een verschil tussen de modeluitkomsten en de werkelijkheid. Eén van de oorzaken is dat er bijvoorbeeld andere zaken een rol spelen buiten kosten, zoals beschikbaarheid van scheepstypen of meer subjectieve voorkeuren. We definiëren hiervoor de term kostengevoeligheid, welke aangeeft in hoeverre een scheepstypekeuze voor een reis gerelateerd is aan de meetbare kostenverschillen. Deze kostengevoeligheid is gemodelleerd in de vervangingsverdeling als de kostenfactor.

Kalibratie van de kostenfactoren

Deze kostengevoeligheid kan automatisch worden gekalibreerd in de vlootmutatiekalibratie. Hierin wordt iteratief achtereenvolgens een vlootmutatie en een scenarioberekening gedaan en worden intensiteiten bij telpunten vergeleken met gewenste telcijfers. Per goederengroep wordt vastgesteld welke vijf scheepsclusters te veel voorkomen en welke vijf te weinig op basis waarvan de bijbehorende 10 kostenfactoren worden aangepast met maximaal 10%. Vervolgens volgt een nieuwe iteratie van vlootmutatie en scenarioberekening.

Procedure

Om een kalibratie uit te voeren dienen de volgende stappen te worden genomen:
  1. Definieer een BIVAS scenario wat als basis dient voor de scheepskosten en vlootmutatie.
  2. Bereken een scheepskostenmatrix via "Create and store ship costs".
  3. Maak, indien gewenst, nieuwe kostenfactoren aan in de database (via de tabellen replacement_cost_factors en replacement_cost_factor_values). Tijdens de kalibratie worden bestaande kostenfactoren overschreven.
  4. Creëer een vlootmutatiescenario door een regel toe te voegen in "Fleet mutation" -> "Scenarios" en daarbij de berekende scheepskosten en kostenfactoren te selecteren. Via de functie "Create fleet mutation" wordt het scenario daadwerkelijk in de database aangemaakt.
  5. Maak, indien gewenst, nieuwe telcijfers aan welke als doelstelling dienen voor de kalibratie (via de tabellen fleet_mutation_calibration_objectives en fleet_mutation_calibration_objective_values).
  6. Maak een BIVAS scenario aan welke gebruik maakt van de nieuwe vlootmutatie.
  7. Creëer een vlootmutatiekalibratie door een regel toe te voegen in "Fleet mutation" -> "Calibrations". Selecteer daarin het nieuwe BIVAS scenario, de nieuwe vlootmutatie, de telcijfers doelstelling en stel het aantal iteraties in. Via "Create fleet mutation calibration" wordt de kalibratie in de database aangemaakt.
  8. Start de kalibratie via "Run fleet mutation calibration"
De laatste iteratie van de kalibratie is standaard opgeslagen in de geselecteerde kostenfactoren van de vlootmutatie, dus het resultaat is daarbij klaar voor gebruik. Voor detailanalyses worden per iteratie de de resultaten weggeschreven naar de tabel fleet_mutation_calibration_results.